KU Leuven vrijuit

Naar aanleiding van de rectorverkiezingen leggen enkele academici van diverse pluimage en uit verschillende faculteiten de kandidaat-rectoren een lijvige stelling over diversiteit van opvattingen voor.

De stelling

In de programma’s van beide kandidaten gaat terecht veel aandacht uit naar diversiteit en inclusie. De universiteit werkt in een samenleving die steeds diverser wordt en het is goed dat ze mee evolueert. Wij stellen ons daarenboven de vraag: welk belang hechten de kandidaten aan de diversiteit van opvattingen en de inclusie van dissidente stemmen? In de Angelsaksische wereld wordt academici steeds vaker het zwijgen opgelegd of worden ze zelfs de laan uitgestuurd, soms louter op grond van hun ideeëngoed of onwelgevallige onderzoeksresultaten, of -methoden.

In de zomer van 2020 riepen talrijke academici bijvoorbeeld de Linguistic Society of America op om de bekende psycholoog Steven Pinker te bannen van de lijst van gerenommeerde fellows. De Harvard-professor werd een vorm van ‘wetenschappelijk racisme’ ten laste gelegd. De beschuldiging draaide op niets uit, nadat tal van collega’s voor Pinker in de bres waren gesprongen, maar het statement was gemaakt. “Steven Pinker won’t be cancelled – but you could be”, merkte een columnist op: “The point of denouncing him is to dissuade the next generation of academics from dissent.” Ook andere wetenschappers, zoals Richard Dawkins of Bret Weinstein hebben een prijs betaald voor hun dissidente ideeën. In het licht van die ontwikkelingen vroeg Jamal Ouariachi zich heel recent (DS, 24/04/2021) ook luidop af: “mag wetenschap nog controversieel zijn?”. Beleidsmatig vertaald: moeten weerbarstige of zelfkritische vormen van wetenschap beteugeld, beschermd of zelfs gestimuleerd worden? En hoe?

Het thema diversiteit van opinie is niet alleen brandend actueel voor ons onderzoek, maar ook voor ons onderwijs. De gevierde Nederlandse auteur Ilja Leonard Pfeijffer opperde laatst nog het volgende: “Onder invloed van Angelsaksische obsessies wordt de universiteit steeds meer gezien als [...] een veilige zone, waarin studenten zorgeloos en onbekommerd kunnen studeren zonder het gevaar te lopen om te worden blootgesteld aan onaangename en potentieel kwetsende ideeën.” Dit roept de vraag op: in hoeverre mag ‘veiligheid’ worden ingeroepen om de confrontatie met kritische, en mogelijk schokkende, ideeën in de collegezalen te vermijden? En hoe ver strekt pedagogische vrijheid in termen van onderwijsmethoden en evaluatievormen?

Voorlopig zijn we nog gespaard gebleven van de obsessies waarvoor Pfeijffer waarschuwt, en mogelijk zal het bij ons niet zo’n vaart lopen. Niettemin, welke rol speelt diversiteit van opvattingen in het beoogde diversiteitsbeleid?

We nodigen de kandidaat-rectoren graag uit om hun visie hierop te ontvouwen.


Visie van
kandidaat-rector prof. L. Sels

Veel dank voor jullie mail en voor de uitdagende stelling waarop ik graag meteen een antwoord geef.

We hebben de laatste jaren al hele een weg afgelegd op weg naar meer diversiteit en inclusie, maar ik meen dat we er nog niet zijn. Zoals het programma duidelijk maakt, willen we ook de volgende jaren slim investeren in initiatieven die de diversiteit in de aula’s, in ons onderzoek en op de werkvloer stimuleren. Diversiteit benaderen we daarbij niet zozeer vanuit het ‘melting pot’-idee, maar wel als een bron van inspiratie en als een verrijking. De verrijking en inspiratie komen onder meer voort uit het feit dat demografische diversiteit ook gepaard gaat met een diversiteit aan opvattingen. In die zin zie ik geen spanning tussen een streven naar een meer gendergelijke, meer kleurrijke universiteit én een universiteit die ten volle de diversiteit van opvattingen waardeert en ondersteunt. Integendeel. We moeten openheid tonen voor afwijkende visies, en het nog duidelijker opnemen voor wetenschappers wanneer ze op sociale media op onaanvaardbare wijze bejegend worden, zoals ik het in een van de engagementen voor 2025 stel. Ook de dialoog in de universiteit moet in een sfeer van respect en menselijkheid plaats vinden. Visies kunnen en moeten botsen, maar botsende visies mogen niet leiden tot botsende mensen.

Kortom, academische vrijheid is een groot goed dat we niet alleen op morele, maar ook op wetenschappelijke gronden moeten blijven verdedigen. Ik geloof oprecht dat ruimte bieden voor een diversiteit aan opvattingen en perspectieven niet op gespannen voet moet staan met een respectvolle houding, ook ten aanzien van legitieme culturele en andere gevoeligheden.

Ik nodig jullie uit om vooral het engagement over “ons respect” er even bij te nemen: https://doendromen2025.be/engagement/ons-respect/ . Ik denk dat mijn visie hier goed weergegeven wordt. Ik pluk er alvast enkele stukken uit:

“De deuren moeten open, niet alleen naar binnen, maar naar buiten”, zo stelde Ineke Sluiter eerder dit jaar tijdens haar diesrede ‘ Open deuren ’ aan de Universiteit Leiden. Dat de deuren van de universiteit open moeten, naar buiten, is ook de teneur van mijn programmapunt over kritische wetenschap: een oproep om de samenleving een spiegel voor te houden en vanuit onze wetenschap nog actiever deel te nemen aan het maatschappelijke debat en weefsel.

Die deelname aan het debat komt helaas soms met een prijs. Empirisch onderbouwde stellingen en gedurfde standpunten worden bij wijlen ongenadig hard op de korrel genomen op sociale media. Respect voor de andere en openheid voor afwijkende visies zijn soms ver zoek. (…)
Ik wil het krachtiger opnemen voor academici die onredelijk hard aangevallen worden in het publieke domein. Vrij en open debat is immers essentieel, niet alleen binnen een academische gemeenschap, maar ook in de dialoog met de bredere samenleving. Dat debat moeten we beschermen en dat kan enkel als zij die eraan willen deelnemen zich daarbij gesteund weten. Want een open debat is geen vrijgeleide voor respectloze behandeling van wie heel andere posities inneemt. Misprijzen maakt een echt debat onmogelijk.
Ook in onze universitaire gemeenschap kampen we soms met verbale agressie, uitsluiting of discriminatie. Ik wil me blijven inzetten om van onze KU Leuven een nog meer inclusieve gemeenschap te maken waar we in een veilig klimaat, respectvol maar tegelijk open, het intellectuele gesprek met elkaar aangaan.
Berichten op sociale media mogen al eens aanstootgevend zijn, dat hoort bij de vrijheid van meningsuiting. Het mag best scherp zijn, want scherpe taal is voor sommige groepen het enige middel. Daar moeten we mee kunnen leven. Dat moeten we zonder aarzelen gunnen aan wie vanuit een kwetsbare positie vertrekt. En we moeten ertegen kunnen dat het ons soms bij de les roept. Maar als berichten aanzetten tot haat en intolerantie of in een seksistische of racistische taal gesteld zijn, dan wordt een grens overschreden.
Steun geven kan met kleine gebaren: de telefoon nemen, een hart onder de riem steken, luisteren. Het kan ook door publiek te reageren. Ik wees al op het opiniestuk over de ‘ongezonde spanningen’ tussen wetenschap en politiek. Een ander voorbeeld is het stuk ‘ Onze vrije meningsuiting is een kostbaar voorrecht ’ dat de rectoren publiceerden enkele dagen na de moord op Samuel Paty.
Een open debat kan maar in een respectvolle omgeving. Onze universiteit, met haar wortels in de christelijke traditie, kan niet anders dan respect voor de unieke persoon centraal stellen. We moeten dan ook grenzen durven stellen zonder aan onze essentiële vrijheden te raken. Tot daar en niet verder. (…) Krachtig optreden is nodig als we een gemeenschap willen blijven die ruimte geeft aan open debat in een cultuur van overleg, solidariteit en academische vrijheid. Want om discussies over taboes of persoonlijk gevoelige onderwerpen te kunnen blijven voeren in alle openheid, is het belangrijk dat we geen enkele vorm van uitsluiting aanvaarden. Respect en vrijheid van mening zijn niet tegengesteld zoals sommigen beweren. Integendeel, ze kunnen niet zonder elkaar.

Ook in het thema “onze academische loopbaan” ga ik wat verder in op de thematiek: https://doendromen2025.be/engagement/onze-academische-loopbaan-zap/

De toetssteen: wat betekent loopbaanbeleid voor academische vrijheid?
In alle stappen die we zetten bij de ontwikkeling van de academische loopbaan moeten we ons de vraag stellen of ze voldoende ruimte creëren voor ongebonden onderzoek en onderwijs en zeker bewaken dat ze geen onnodige afhankelijkheden meebrengen. In essentie behelst de academische vrijheid dat we zelf de te onderzoeken thema’s en naar ons oordeel meest geschikte methode kiezen, zelf bepalen hoe we informatie publiceren en delen, samenwerken met de partners van onze keuze en in grote mate ons wetenschappelijk onderwijs zelf invullen.

Maar de academische vrijheid is nooit absoluut. Ze is gebonden aan de principes van eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Dat we partners vrij kunnen kiezen, betekent niet dat we kunnen samenwerken met regimes die een loopje nemen met de mensenrechten. De academische vrijheid wordt verder ingeperkt door wat we collegiaal overeenkomen, bijvoorbeeld in de Academische Raad of een Faculteitsraad.
Laat ons bij elke nieuwe beslissing aftoetsen of ze de academische vrijheid ten goede komt en niet onnodig begrenst. Begrenzingen zullen er altijd zijn, maar ze mogen de onafhankelijkheid van onze academici niet inperken. Ze moeten ze net beschermen. Dat is geen contradictie.

In het luik “een netwerk van kansen” ten slotte, is er ook een relatie met diversiteit van opvattingen in onderwijs: https://doendromen2025.be/engagement/ons-netwerk-van-kansen/

#WeMakeKULeuven
Ik wil zoeken naar wegen om zulk intercultureel en divers perspectief ingang te laten vinden. In 2018 verkenden we het #imakekuleuven -project. De voornaamste bedoeling was om individuele verhalen vanuit diverse achtergronden aan de oppervlakte te krijgen en de gemeenschap van de KU Leuven zo meer bewust te maken van de vele verborgen identiteiten bij ons en om ons heen. Ik wil tijd en middelen vrijmaken voor een opvolgproject #WeMakeKULeuven. ‘We’ omdat we maar een inclusieve universiteit kunnen worden als dat een ambitie wordt van ons allen.
Daartoe moeten we ook aan de slag met onze docenten. Goed omgaan met de verschillen om ons heen en ze positief benutten in onderwijscontexten is niet altijd evident. Laten we daarom vorming over bijvoorbeeld interculturele communicatievaardigheden verweven met modules over activerend onderwijs. Ook studenten zullen maar stappen voorwaarts zetten als ze zich ten volle bewust zijn van de eigen vooroordelen, van culturele verschillen binnen de studentengroep en van de meerwaarde die daarin schuilt, ook voor het leren zelf. Dat realiseren is niet eenvoudig in een universiteit die elk jaar vele duizenden nieuwe studenten verwelkomt.

Ten slotte verdienen ook de curricula een toets. Richtinggevende vragen daarbij zijn bijvoorbeeld of non-WEIRD (non-Western, Educated, Industrialized, Rich, Democratic) en dekoloniale stemmen voldoende aandacht krijgen in de opleiding. Studenten moeten het besef meekrijgen dat de kennis die ze opdoen en vormen gesitueerd is in tijd en ruimte. Dit is een manier om hen aan te zetten tot kritisch denken en de meerwaarde van interculturele verschillen te leren benutten.

Toegegeven, dit stuk is vooral op interculturele verschillen gericht, maar kan bij uitbreiding gelezen worden als een pleidooi om diversiteit van opvattingen als een verrijking te zien en vooral niet weg te drukken.

Nogmaals dank voor je vraag en stelling.

Ik kijk uit naar verdere interactie over dit thema zodra er weer wat meer ‘zuurstof’ komt in de agenda.

Hartelijke groet

Luc



Visie van
kandidaat-rector prof. J. Tytgat

Academische vrijheid mag niet sluipend verglijden in academische keurigheid

Als student heb ik altijd met grote bewondering gekeken naar rector Pieter De Somer toen hij in 1985 – in andere tijden – tegen paus Johannes Paulus II op diens officiële rondreis door België aan de KU Leuven stoutmoedig het ‘recht om te dwalen’ van zijn professoren verdedigde. Vandaag komt de bedreiging van de academische vrijheid niet meer van de kerk, maar leven er in de samenleving wel andere krachten die een diversiteit aan meningen aan banden willen leggen. Ook een universiteit kan te snel voor dergelijke krachten bezwijken en zo het wetenschappelijk gesprek en de kritische zin van de academie ondergraven.

Meer fundamenteel zal iedere wetenschapsfilosoof kunnen onderbouwen dat de ontwikkeling van de wetenschap steeds ook met macht gepaard gaat en dat echte wetenschappelijke revoluties pas mogelijk zijn wanneer ook machtsaanspraken in vraag kunnen gesteld worden. Deze machtsmechanismen spelen impliciet ook bij het verdelen van onderzoeksmiddelen, ondanks en soms ook door de opgestelde procedures. Op die manier kan ook de wetenschap zichzelf kritiekloos reproduceren. Mijn pleidooi voor basisfinanciering - niet een klein beetje, niet als de andere universiteiten dat ook willen, en niet na 2024 maar meteen - wil hier precies een antwoord op geven en kansen laten voor nieuw onderzoek, ook van zogenaamde afwijkende meningen.

In het huidige model van financiering worden collega’s teveel gedwongen zich op veilige paden te begeven, methodologisch en inhoudelijk. Op sluipende manier dwingt ook op dit vlak onze universiteit onderzoekers teveel tot conformisme. Het is toch opvallend dat in de voorbije 4 jaar er heel weinig echt inhoudelijke debatten zijn geweest aan de KU Leuven. Het zou toch jammer zijn dat nieuwe, zelfs controversiële ideeën in de toekomst nog minder gehoord kunnen worden aan onze universiteit. Het vergt moed om soms tegen de stroom in te gaan en die moed mogen we niet ‘ontmoedigen’ aan de KU Leuven.

Daarom onderschrijf ik de zorg van de ondertekenaars van de open brief. De cancelcultuur en het gemakkelijk zwichten voor de publieke opinie en haar modieuze ideeën en emoties past niet bij een universiteit als de KU Leuven. Dankzij basisfinanciering kunnen ook ideeën die op het eerste zicht niet sympathiek lijken of op tegenkanting stoten getoetst worden. Natuurlijk blijft het onderscheid bestaan tussen illegale zaken (zoals bijvoorbeeld negationisme of racisme) en zaken die verder onderzoek verdienen. Maar zelfs in een universiteit die een duidelijke visie uitstraalt, moet een deel van die visie er altijd uit bestaan dat ze plaats laat voor andere ideeën. Dat is ook de kern van de ‘dialogale universiteit’ waarvoor ik sta. Een gepolijste politiek correcte visie mag nooit tot een bedreiging worden voor de academische vrijheid en het divergent denken eigen aan de universitas-gedachte. Ik zal daar als rector op elk moment borg voor staan. Ik zal ook ideeën verdragen die ik zelf niet deel. Ik zal geen collega’s met afwijkende mening op mijn bureaumatje roepen. De KU Leuven moet een vrije ruimte van onderzoek en onderwijs blijven die gevoelig is voor alternatieve visies en afwijkende meningen.

We mogen niet te snel denken dat er over alles een consensus is; en zelfs als er een consensus is, dat er geen ruimte meer zou zijn voor nuance en discussie. Een cruciaal element van een dialogale universiteit is echter ook dat controversiële theorieën zich moeten onderwerpen aan de wetenschappelijke kritiek. Academische vrijheid is nooit een excuus voor methodologische slordigheid. Het is goed dat studenten in aanraking komen met een veelheid aan meningen en inzichten, maar het is evenzeer belangrijk dat ze afstand kunnen nemen van dissidente ideeën en daartoe ook bekwaamd en aangemoedigd worden. Alleen op die manier doen we aan integrale persoonsvorming die divergent denken en kritisch denken omvat. Als kandidaat-rector garandeer ik dat de universiteit zo’n plek kan zijn, ondanks alle bedreigingen van buitenaf of van binnenin. Het gaat niet zozeer om een imago te hebben van politieke correctheid of van veiligheid voor studenten, maar wel om het creëren van een plek waar gezocht kan worden naar het ware, het goede en het schone. 35 jaar later zijn de woorden van rector Pieter De Somer dus nog steeds even actueel, zeker nu onze universiteit opnieuw voor de opdracht staat een lichtbaken te worden voor de samenleving van de toekomst.



Wie zijn wij?

Wat de initiatiefnemers bindt is louter hun overtuiging dat de academische wereld baat heeft bij een rijke spanwijdte aan gezichtspunten.

Filip Buekens (Hoger Instituut voor Wijsbegeerte)
Helder De Schutter (Hoger Instituut voor Wijsbegeerte)
Ilse Degreef (Faculteit Geneeskunde)
Karin Hannes (Faculteit Sociale Wetenschappen)
Tim Heysse (Hoger Instituut voor Wijsbegeerte)
Koen Lemmens (Faculteit Rechten)
Merijn Mestdagh (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen)
Liesbet Temmerman (Faculteit Wetenschappen)
Freek Van de Velde (Faculteit Letteren)
Toon Van Hal (Faculteit Letteren)
Stijn Verdonck (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen)
Marian Verhelst (Departement Elektrotechniek)
Joris Vlieghe (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen)
Jeroen Weermeijer (Departement Neurowetenschappen)
Matthias Storme (Faculteit Rechten) - 8/05

Contact: contact@kuleuven-vrijuit.be

Afbeeldingen: Unsplash